https://mobirise.com/

Tussen arts en apparaat

Duizelingwekkend. Dat gevoel kan een buitenstaander krijgen die naar de ontwikkelingen in de medische wereld kijkt. Steeds meer is mogelijk, steeds meer kan gemeten worden ook. Maar een arts is primair arts en een verpleegkundige primair verpleegkundige. Zijn zij in staat om te gaan met de steeds complexere apparatuur? Daarbij kan een biometrist een belangrijke rol vervullen.

Robin Faassen is 23 en studeerde vorig jaar af aan de opleiding Mens en Techniek | Biometrie van Zuyd Hogeschool. Die opleiding bestaat voor de helft uit medische vakken en voor de andere helft uit technische. “Een biometrist meet aan het menselijk lichaam. In de medische wereld kan steeds meer gemeten worden, en de apparaten worden steeds ingewikkelder. Een biometrist leert niet alleen hoe je een goed hartfilmpje maakt, maar weet ook hoe de apparatuur in elkaar zit waarmee je dat doet. We vormen de brug tussen de techniek en de medische wereld, tussen arts en apparaat.”

Kwaliteit van leven optimaliseren

De opleiding biometrie kent drie afstudeerrichtingen: klinische biometrie, sportbiometrie - waarin bijvoorbeeld gemeten wordt hoe prestaties van sporters verbeterd kunnen worden – en medisch-technische biometrie. Robin Faassen koos voor de laatste richting, medisch-technische biometrie. Ze werkt bij Ciro, het expertisecentrum voor chronisch orgaanfalen in Horn. Chronisch betekent dat de aandoeningen waarmee patiënten naar Ciro komen in principe niet te genezen zijn. Maar je kunt wel de kwaliteit van leven van deze patiënten proberen te optimaliseren.

Voldoening

“Patiënten komen hier binnen met een chronische aandoening, bijvoorbeeld met COPD of hartfalen”, zegt Robin Faassen. “Die mensen zijn er soms heel slecht aan toe. Ze krijgen allereerst een zogenoemd beginassessment: drie dagen lang worden allerlei testen gedaan om hun fysieke gesteldheid in kaart te brengen. Wat kunnen ze nog wel, wat niet?” Op basis daarvan wordt een revalidatieprogramma opgesteld. Later komen ze terug naar Ciro voor een eindassessment. Robin: “Dan doen we dezelfde testen die we bij het begin-assesment deden. Wanneer je dan ziet dat iemand een stuk vooruit is gegaan, als je hoort dat ze weer dingen kunnen doen die ze eerst niet meer konden. Gewone, dagelijkse dingen als traplopen en de planten in de tuin water geven. Als ik dat hoor, dan geeft mij dat grote voldoening.”